door Remco Volkers
We kennen van jou Spanje. Een reisgids. Waarom nu Heel Nederland?
Spanje was een succes en mijn uitgever vroeg me: is er nog een land dat je goed genoeg kent om op die persoonlijke manier over te schrijven? Dat was eigenlijk alleen Nederland. Bovendien kende ik geen enkele gids over Nederland die in dezelfde stijl als Spanje was geschreven. Dat was voor mij al reden genoeg om weer zo’n gids te willen schrijven. En gaandeweg bleek: Nederland is zeer de moeite waard om op deze manier beschreven te worden.
Heel Nederland is de omvangrijkste gids ooit over Nederland geschreven. Hoe lang heb je hier aan gewerkt?
Op basis van Spanje dacht ik in tweeënhalf à drie jaar klaar te zijn. Maar ik ontdekte steeds meer in eigen land. Ik dacht als insider een aardige gids te schrijven voor iedereen die ook denkt insider te zijn. Maar ik bleek zelf veel minder insider dan ik had gedacht. Ik ben er vijf jaar mee bezig geweest.
Er valt dus voor Nederlanders nog veel te ontdekken in Heel Nederland, net als voor jou?
Ja dat geloof ik zeker. Daarom is het ook zo’n omvangrijk boek geworden. Nederland is landschappelijk gezien opmerkelijk divers voor een klein land, en heeft bovendien veel interessante geschiedenis. Waar ik die geschiedenis tegenkom en hij het vermelden waard is doe ik dat, zodat de gids ook een tamelijk compleet historisch beeld schetst van Nederland.
Daarnaast probeer ik, net als in de Spanje-gids, de reiziger niet alleen de hoogtepunten of bezienswaardigheden van steden, regio’s of dorpen aan te bieden, maar ook een meer algemene typering of analyse te geven van een stad of streek. De gids heeft op die manier meer diepgang dan de meeste reisgidsen.
Je besteedt aandacht aan een diversiteit van onderwerpen in Heel Nederland. Kun je wat voorbeelden noemen?
Nederland kent waanzinnig veel mooie stadjes. Die zijn soms ook wat suf en saai, maar móói! Neem Willemstad, Elburg, Naarden. En qua moderne architectuur schrijf ik niet alleen over bekende hoogtepunten als de Van Nellefabriek en het sanatorium Zonnestraal, maar ook over minder bekende als de gereformeerde kerk in Andijk, het magnum opus van Egbert Reitsma, wie kent die? En de watertoren in Schimmert. Of de hefbrug in Waddinxveen, een prachtig bouwsel uit de jaren twintig.
Waar ik ook erg van genoten heb, is het wandelen in oude veenlandschappen. Merkwaardig moerassig, met plantjes en verstilde natuur. En verrotte berkenstammen, daar ben ik om de een of andere reden dol op. Of het landschap in het noorden van Groningen. Dat is overweldigend: daar is de horizon op zijn laagst, er is alleen maar lucht. Maar ook het oosten van Zeeuws Vlaanderen is erg mooi. Van die prachtige dijken met rijen populieren…
Als je eet- en drinkadvies van me wilt: buiten de grote steden is er pas ’s avonds iets te eten en te drinken. Overdag kun je bij een tankstation terecht voor een kop koffie, maar verder? Tijdens het toeristenseizoen is dat overigens wel beter. Opvallend in Nederland is: vlak onder het topsegment restaurants eet en drink je duur én slecht. Ga buiten de grote steden nóóit zomaar ergens naar binnen. Je hebt echt goede tips nodig.
Verder kent ons land bijzondere resten uit de geschiedenis. Er is bijvoorbeeld nog militair erfgoed uit de Koude Oorlog. Ik vermeld in het boek drie luchtwachttorens, een in Friesland, een in Groningen en een in Limburg. Van die tochtige betonnen bouwsels. In de jaren vijftig waren er wel honderd van in Nederland. Daarop hebben duizenden mannen als vrijwilliger úren staan turen of er een Russisch vliegtuig onder de radar door ons land binnenviel. Ha!
Is Heel Nederland een toeristische gids? Of een gids voor de reiziger?
Reiziger is een beter begrip voor wie met deze gids op pad gaat. Een toerist weet wat hij wil. Een reiziger gaat op onderzoek, die gaat de hoek om, ergens ánders kijken. Een toerist houdt vakantie, maar een reiziger is nieuwsgierig.
Je staat bekend om je persoonlijke manier van schrijven. Je neemt de reiziger bij de hand door Heel Nederland. Waarom kies je voor die persoonlijke aanpak en niet voor objectieve beschrijvingen?
Het zou saai zijn voor mij als schrijver, maar ook om te lezen. De gebruiker van de gids moet het gevoel hebben ‘in gesprek’ te gaan met mij. Delen we elkaars mening? Sommige gebouwen uit de jaren vijftig en zestig waardeer ik zeer, anderen zullen het betonnen ondingen vinden.
Een reisgids over Heel Nederland schrijven is riskant: je kunt in clichés vervallen. Dagje zeilen op de Friese meren, vlaai eten in Limburg. Hoe voorkom je dat?
Alleen als er echt iets over een gebaand pad viel te vertellen deed ik dat. Het merendeel van mijn lezers zal de toeristische attracties waarschijnlijk toch overslaan, net als ik. Wat mooi is: Museum Beelden aan Zee in Scheveningen, verder kun je met een bocht om die badplaats heen. Hoewel: er zijn twee viscafetaria’s die ik adviseer. Wil je naar de Keukenhof? Ga liever naar de bloeiende bollenvelden in Anna Paulowna. Véél mooier!
Op welke manier heb jij Heel Nederland ontdekt? Met de auto, wandelend? Op de fiets?
Overal waar ik over schrijf heb ik ook verbleven. Als ik schrijf over een stad heb ik er gelogeerd, als ik schrijf over een regio heb ik er gereisd. Ik heb wel de auto gebruikt, maar het liefst doe ik alles met de trein. Ik heb ook veel gewandeld en gefietst; ik ben een groot fan van de trein en de OV-fiets.
Je woont in Amsterdam, maar is er één plekje in Heel Nederland waarvoor je je woonplaats zou kunnen verruilen?
Het mooiste van het mooiste bestaat niet…er zijn minstens 87 mooiste plekjes. Maar als ik moet kiezen: het Noorden van Groningen, het randje van Nederland. Door de lage horizon en de weinige bewoning lijkt het er zo leeg dat je een ongelooflijk gevoel van ruimte krijgt. In Nederland zijn de luchten toch het allermooist? Daar zijn ze het allergrootst.
Maar ook Twente kent een unieke natuur. En de Achterhoek is ook heel erg mooi. En…zie je wel, ik kan niet kiezen.
Interview met Rik Zaal
door Remco Volkers
We kennen van jou Spanje. Een reisgids. Waarom nu Heel Nederland?
Spanje was een succes en mijn uitgever vroeg me: is er nog een land dat je goed genoeg kent om op die persoonlijke manier over te schrijven? Dat was eigenlijk alleen Nederland. Bovendien kende ik geen enkele gids over Nederland die in dezelfde stijl als Spanje was geschreven. Dat was voor mij al reden genoeg om weer zo’n gids te willen schrijven. En gaandeweg bleek: Nederland is zeer de moeite waard om op deze manier beschreven te worden.
Heel Nederland is de omvangrijkste gids ooit over Nederland geschreven. Hoe lang heb je hier aan gewerkt?
Op basis van Spanje dacht ik in tweeënhalf à drie jaar klaar te zijn. Maar ik ontdekte steeds meer in eigen land. Ik dacht als insider een aardige gids te schrijven voor iedereen die ook denkt insider te zijn. Maar ik bleek zelf veel minder insider dan ik had gedacht. Ik ben er vijf jaar mee bezig geweest.
Er valt dus voor Nederlanders nog veel te ontdekken in Heel Nederland, net als voor jou?
Ja dat geloof ik zeker. Daarom is het ook zo’n omvangrijk boek geworden. Nederland is landschappelijk gezien opmerkelijk divers voor een klein land, en heeft bovendien veel interessante geschiedenis. Waar ik die geschiedenis tegenkom en hij het vermelden waard is doe ik dat, zodat de gids ook een tamelijk compleet historisch beeld schetst van Nederland.
Daarnaast probeer ik, net als in de Spanje-gids, de reiziger niet alleen de hoogtepunten of bezienswaardigheden van steden, regio’s of dorpen aan te bieden, maar ook een meer algemene typering of analyse te geven van een stad of streek. De gids heeft op die manier meer diepgang dan de meeste reisgidsen.
Je besteedt aandacht aan een diversiteit van onderwerpen in Heel Nederland. Kun je wat voorbeelden noemen?
Nederland kent waanzinnig veel mooie stadjes. Die zijn soms ook wat suf en saai, maar móói! Neem Willemstad, Elburg, Naarden. En qua moderne architectuur schrijf ik niet alleen over bekende hoogtepunten als de Van Nellefabriek en het sanatorium Zonnestraal, maar ook over minder bekende als de gereformeerde kerk in Andijk, het magnum opus van Egbert Reitsma, wie kent die? En de watertoren in Schimmert. Of de hefbrug in Waddinxveen, een prachtig bouwsel uit de jaren twintig.
Waar ik ook erg van genoten heb, is het wandelen in oude veenlandschappen. Merkwaardig moerassig, met plantjes en verstilde natuur. En verrotte berkenstammen, daar ben ik om de een of andere reden dol op. Of het landschap in het noorden van Groningen. Dat is overweldigend: daar is de horizon op zijn laagst, er is alleen maar lucht. Maar ook het oosten van Zeeuws Vlaanderen is erg mooi. Van die prachtige dijken met rijen populieren…
Als je eet- en drinkadvies van me wilt: buiten de grote steden is er pas ’s avonds iets te eten en te drinken. Overdag kun je bij een tankstation terecht voor een kop koffie, maar verder? Tijdens het toeristenseizoen is dat overigens wel beter. Opvallend in Nederland is: vlak onder het topsegment restaurants eet en drink je duur én slecht. Ga buiten de grote steden nóóit zomaar ergens naar binnen. Je hebt echt goede tips nodig.
Verder kent ons land bijzondere resten uit de geschiedenis. Er is bijvoorbeeld nog militair erfgoed uit de Koude Oorlog. Ik vermeld in het boek drie luchtwachttorens, een in Friesland, een in Groningen en een in Limburg. Van die tochtige betonnen bouwsels. In de jaren vijftig waren er wel honderd van in Nederland. Daarop hebben duizenden mannen als vrijwilliger úren staan turen of er een Russisch vliegtuig onder de radar door ons land binnenviel. Ha!
Is Heel Nederland een toeristische gids? Of een gids voor de reiziger?
Reiziger is een beter begrip voor wie met deze gids op pad gaat. Een toerist weet wat hij wil. Een reiziger gaat op onderzoek, die gaat de hoek om, ergens ánders kijken. Een toerist houdt vakantie, maar een reiziger is nieuwsgierig.
Je staat bekend om je persoonlijke manier van schrijven. Je neemt de reiziger bij de hand door Heel Nederland. Waarom kies je voor die persoonlijke aanpak en niet voor objectieve beschrijvingen?
Het zou saai zijn voor mij als schrijver, maar ook om te lezen. De gebruiker van de gids moet het gevoel hebben ‘in gesprek’ te gaan met mij. Delen we elkaars mening? Sommige gebouwen uit de jaren vijftig en zestig waardeer ik zeer, anderen zullen het betonnen ondingen vinden.
Een reisgids over Heel Nederland schrijven is riskant: je kunt in clichés vervallen. Dagje zeilen op de Friese meren, vlaai eten in Limburg. Hoe voorkom je dat?
Alleen als er echt iets over een gebaand pad viel te vertellen deed ik dat. Het merendeel van mijn lezers zal de toeristische attracties waarschijnlijk toch overslaan, net als ik. Wat mooi is: Museum Beelden aan Zee in Scheveningen, verder kun je met een bocht om die badplaats heen. Hoewel: er zijn twee viscafetaria’s die ik adviseer. Wil je naar de Keukenhof? Ga liever naar de bloeiende bollenvelden in Anna Paulowna. Véél mooier!
Op welke manier heb jij Heel Nederland ontdekt? Met de auto, wandelend? Op de fiets?
Overal waar ik over schrijf heb ik ook verbleven. Als ik schrijf over een stad heb ik er gelogeerd, als ik schrijf over een regio heb ik er gereisd. Ik heb wel de auto gebruikt, maar het liefst doe ik alles met de trein. Ik heb ook veel gewandeld en gefietst; ik ben een groot fan van de trein en de OV-fiets.
Je woont in Amsterdam, maar is er één plekje in Heel Nederland waarvoor je je woonplaats zou kunnen verruilen?
Het mooiste van het mooiste bestaat niet…er zijn minstens 87 mooiste plekjes. Maar als ik moet kiezen: het Noorden van Groningen, het randje van Nederland. Door de lage horizon en de weinige bewoning lijkt het er zo leeg dat je een ongelooflijk gevoel van ruimte krijgt. In Nederland zijn de luchten toch het allermooist? Daar zijn ze het allergrootst.
Maar ook Twente kent een unieke natuur. En de Achterhoek is ook heel erg mooi. En…zie je wel, ik kan niet kiezen.